zondag 17 maart 2013

Van staal tot koeienhuid


    Voor dat ik met de geschiedenis van de bouwkunst bezig was, überhaupt met bouwkunde, werden mij verschillende verhalen verteld. Mijn kleine wevershuisje zou gebouwd zijn op staal en de naast gelegen universiteitsgebouw aan het Rapenburg zelfs geheel op koeienhuiden. Nu heel wat jaartjes en ervaringen rijker komen de verhalen via verschillende kanalen weer boven. Niet alleen mijn voormalige buurtgenoten bleken overtuigd te zijn van huiden in de grond. Op veel meer plaatsen in Nederland duiken soortgelijke verhalen op. 

    Het staal wat verondersteld werd mijn 18e eeuws huisje te dragen bleek niets te maken met het materiaal. Het “op staal” bouwen is een term voor een type fundering. De verbrede voet van een dragende wand staat direct op de dragende grond. Dus zonder heipalen. Staal is vermoedelijk afgeleid van het woord stal wat in Oud Germaans betekend; “een plek om in te staan". Daarnaast betekend Stahla in het Germaans “sterk,vast” (bron:Huis,tuin en keuken, wonen in woorden door de eeuwen heen; M. Hoekstra, Amsterdam 2009)

    De voet van een dragende wand werd altijd in de grond aangebracht (vanaf circa 80 centimeter heeft de vorst geen invloed meer)  op een laag schoon, stabiel zand. door de loop der jaren heen is de type en materiaal van deze voet gewijzigd. In eerste instantie werden stenen of zwerfkeien gebruikt. Hierop stonden palen bij houten huizen en veelal later metselwerk bij stenen huizen. Na opkomst van het beton werd in de 19e en begin 20e eeuw de voet gemaakt van beton. Deze werd in het werk gestort waarna de muur in baksteen verder werd opgetrokken. Door de uitvinding van de combinatie beton/staal kon de voet dunner gemaakt worden en komen steeds meer afgeleiden van deze funderingstype. Tegenwoordig ook helemaal omkleed met voorgevormd isolatie.

En nu die huiden…… 

    Hoewel de voet qua materiaal en vorm veranderde, werd deze vrijwel altijd op een laagje schoon zand aangebracht. Nu zouden volgens vele daar de huiden liggen. Hetzij voor stabiliteit, hetzij tegen grondwater. Om het baksteen tegen optrekkend vocht te beschermen zal de gehele voet omkleed moeten worden. Ook de naden moeten 100% waterdicht zijn. Een lastig klusje voor die tijd. Voor een doorsnee middeleeuws woning van ca. 3,5 x 12 meter zijn dan 15 koeien voor nodig. Het academiegebouw minimaal 75 koeien.   Wellicht ging de aankondiging van een stadsuitbreiding gepaard met een stedelijk (barbecue) feest.

    Waar de verhalen vandaan komen is onduidelijk. Naar alle waarschijnlijkheid zijn teksten uit het verleden verkeerd geïnterpreteerd. In de middeleeuwen bestonden er geen spellingsregels. Daarnaast kon een e of u makkelijk verwisseld worden, net als bijvoorbeeld de i of y. Op dit moment zijn er twee theorieën in omloop waar “huiden” vandaan komt:

1) Uit een aankondiging als: “op huyden is de bouw begonnen” (heden/vandaag is de bouw begonnen).

2) Van het woord heien. een vergissing tussen de e en u, en er komt huien, vrij vertaald, huiden.

Wel of niet waar, de eerste (koeien)huid onder een fundering moet in elk geval nog gevonden worden.

2 opmerkingen: